Ruimte

De bebouwde omgeving rondom de luchthavens staat onder invloed van de aanwezigheid van de luchthavens door direct en indirect ruimtegebruik van de luchthaven. Het gaat dan om de ontwikkelmogelijkheden voor toekomstige functies en het ruimtebeslag van de luchtvaart.

Ontwikkelmogelijkheden voor toekomstige functies

De aanwezigheid van een luchthaven met bijbehorend vliegverkeer heeft effect op de ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden voor het vervullen van toekomstige functies. Binnen ´functies´ wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Geluidsgevoelige objecten (waaronder woningbouw);

  • Hoogbouw (inclusief windmolens);

  • Kwetsbare objecten (objecten waar veel mensen tegelijkertijd verblijven).

Rondom luchthavens gelden ruimtelijke beperkingengebieden voor geluidsgevoelige en kwetsbare objecten, en hoogbouw, met het oog op de (externe) veiligheid en geluidshinder. Om deze ruimtelijke beperkingen aan te geven zijn geluidscontouren, externe veiligheidscontouren (EV-contouren) en obstakelbeheers- en toetsvlakken voor hoogte ingesteld. Er mag niet in elk gebied gebouwd worden, waardoor ontwikkelruimte voor toekomstige functies beperkt is. Op verstedelijkte locaties waar een grote druk op de ruimte bestaat, kan niet worden voldaan aan de vraag naar woningen, kinderopvang of scholen. Op andere locaties waar de leefbaarheid onder druk staat door de wegtrekkende bevolking en verrommeling, komen geen transformatie- en herontwikkelingsinitiatieven van de grond. Ook kan ruimte die wordt gebruikt voor de luchthaven niet worden ingezet voor andere functies. Dit onderdeel schetst een beeld van de huidige situatie en ontwikkelingen van de impact van de luchtvaart op de ontwikkelmogelijkheden van de ruimte voor toekomstige functies.

Ruimtebeslag

De luchtvaart brengt een fysieke ruimtevraag met zich mee, gericht op land- en luchtzijdige voorzieningen. Startbanen, opstelplaatsen, terminals, hangars, hallen voor opslag en distributie, parkeerterreinen, spoor- en weginfrastructuur vereisen allemaal fysieke ruimte. Daarnaast is er sprake van indirect ruimtebeslag als gevolg van geluids- en externe veiligheidscontouren en obstakel- en toetsvlakken (hoogte, radar). Deze indicator maakt de huidige situatie en ontwikkelingen inzichtelijk ten aanzien van veranderingen van benodigde ruimte voor lucht- en landzijdige voorzieningen van luchthavens

Uitgangspunten

Het aspect ruimte kent twee indicatoren: ‘Ontwikkelmogelijkheden voor toekomstige functies’ en ‘Ruimtebeslag’.

Binnen de ontwikkelmogelijkheden voor toekomstige functies wordt onderscheid gemaakt in geluidgevoelige functies, kwetsbare objecten en hoogbouw. Onder geluidgevoelige functies worden geluidgevoelige objecten verstaan zoals deze gelden onder de Wet Geluidhinder (Wgh): woningen, onderwijsgebouwen, zieken- en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen en kinderdagverblijven. Om geluidshinder te voorkomen zijn rondom luchthavens geluidscontouren vastgesteld waarbinnen ruimtelijke beperkingen gelden voor geluidgevoelige objecten. Onder (beperkt) kwetsbare objecten vallen tevens geluidgevoelige objecten, aangevuld met gebouwen waarin grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven zoals kantoren, hotels en winkels. In het kader van de externe veiligheid worden rondom luchthavens EV-contouren vastgesteld, waarbinnen ruimtelijke beperkingen gelden voor (beperkt) kwetsbare objecten. De ruimtelijke indicatoren zijn gebaseerd op de uitgangspunten en de effectbeoordeling voor het onderdeel ‘Geluid’ ten aanzien van geluidscontouren en ‘Veiligheid’ ten aanzien van de EV-contouren. Vanuit de ruimtelijke context worden deze indicatoren opnieuw gescoord met een andere invalshoek. Onder hoogbouw worden objecten verstaan van 30 meter of hoger, naast wolkenkrabbers gaat hier ook om windturbines. Om verstoring op de radar te voorkomen en de vliegveiligheid te waarborgen, zijn obstakelbeheers- en toetsvlakken ingesteld met ruimtelijke beperkingen voor hoogbouw en realisatie van windturbines. Met behulp van expert judgement worden de ontwikkelmogelijkheden voor hoogbouw beoordeeld.

Recreatieve en agrarische functies maken geen onderdeel uit van de effectbeoordeling binnen de ontwikkelmogelijkheden voor toekomstige functies. Maatregelen die een effect hebben op eventuele recreatieve functies, worden geeffectueerd binnen de waardering van het landschap. Voor landbouw is enkel de beperking van teelt van gewassen die vogels aantrekken relevant. De vogelaantrekkende werking is reeds geeffectueerd binnen natuur. Onderzoek bij Lelystad Airport heeft laten zien dat er geen relatie is tussen de luchthavenactiviteiten van het huidige vliegverkeer en van het (in de toekomst te verwachten) vliegverkeer en de voedselveiligheid in de omgeving van de luchthaven.

Uitgangspunt bij het beoordelen van deze indicatoren zijn de actuele bronnen die inzicht geven in het huidige en toekomstige ruimtegebruik rondom Schiphol en de regionale luchthavens. De Hoekpunten worden getoetst aan de toekomstige plannen voor zover mogelijk. Veel van de ruimtelijke plannen hebben geen planhorizon 2050. Ze beschrijven de gewenste situatie 10 maximaal 20 jaar vooruit. Daar waar geen informatie voor het planjaar 2050 is, wordt er van uitgegaan van trends in ontwikkelingen dan wel het verst gelegen toekomstjaar.