Samenvatting

Aanleiding

Het nieuwe beleid voor de luchtvaart voor de periode 2020 – 2050 wordt vastgelegd in de Luchtvaartnota. Hierin zijn nieuwe richtinggevende beleidskeuzes beschreven, waarvan het niet op voorhand is uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante effecten op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de Luchtvaartnota te worden opgesteld.

Het detailniveau van deze passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van de Ontwerp Luchtvaartnota. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes richt de Passende beoordeling zich op expertinschattingen van verandering van de milieudruk op Natura2000-gebieden en de risico’s van deze verandering voor de instandhoudingsdoelen.

Te beoordelen beleidskeuzes

Belangrijk doel van de Ontwerp Luchtvaartnota is het bereiken van een betere balans tussen de lusten en de lasten van de luchtvaart. Dat moet worden bereikt door nieuwe doelen na te streven op de volgende terreinen:

  • - Connectiviteit: Nederland is op een robuuste manier verbonden met belangrijke plekken in de wereld.

  • - Veiligheid: Nederland veilig houden staat voorop, zowel in de lucht als op de grond.

  • - Gezondheid: Geluid- en stofemissies moeten afnemen ten behoeve van de gezondheid

  • - Duurzaamheid: De ambitie is een klimaatneutrale Nederlandse luchtvaart in 2050.

Beoordeling

Het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen voor veel Natura 2000-gebieden nog niet in zicht. Het geluid van vliegtuigen kan in een aantal Natura 2000-gebieden in het beïnvloedingsgebied van luchthavens zorgen voor geluidshinder. Voor een aanzienlijk deel van de stikstofgevoelige habitats geldt dat de Kritische Depositiewaarde in de huidige situatie al wordt bereikt of overschreden. Extra depositie als gevolg van toename van vliegbewegingen zorgt in dergelijke gevallen al snel voor significant negatieve effecten.

Een deel van de beleidsuitspraken in de Voorkeursstrategie van de Ontwerp Luchtvaartnota leidt (mogelijk) tot toename van het aantal vliegbewegingen. Tegenover beleidskeuzen die leiden tot toename van het aantal vliegbewegingen staan enkele maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat minder reizigers het vliegtuig nemen (stimulering treinvervoer, betrekken (en beprijzen) van klimaateffecten in luchtvaart), maar per saldo is er sprake van een toename van het aantal vliegbewegingen. In beginsel zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden daardoor niet uitgesloten.

Een belangrijk uitgangspunt in de Ontwerp Luchtvaartnota is dat eventuele toekomstige groei van de luchtvaart (het aantal vliegbewegingen) alleen kan worden ‘verdiend’ als door gerichte maatregelen een meer dan trendmatige afname van geluidhinder en uitstoot van schadelijke stoffen wordt waargenomen. Aandachtspunt hierbij dat het hinder (door geluid en stoffen) voor mensen betreft. Dat betekent niet automatisch dat daarmee ook is geborgd dat hinder voor natuur als gevolg van geluid of stikstofemissie is uitgesloten. Als er maatregelen worden genomen om ook de natuureffecten te verminderen is het denkbaar dat een toename van het aantal vliegbewegingen niet leidt tot extra negatieve effecten. In de Ontwerp Luchtvaartnota zijn de volgende relevante ontwikkelingen benoemd:

  • - Nieuwe indeling van het luchtruim, waarbij naast woonwijken ook natuurgebieden beter kunnen worden gemeden.

  • - Ontwikkeling van stillere vliegtuigen.

  • - Ontwikkeling van schonere vliegtuigen (elektrische motoren, ‘schone’ synthetische brandstoffen, ‘schone’ biobrandstoffen)

In beginsel is op het abstractieniveau van de Ontwerp Luchtvaartnota niet te beoordelen of bovenstaande maatregelen plus de eerder genoemde beleidsuitspraken met een potentieel positief natuureffect voldoende zijn om mogelijke negatieve effecten als gevolg van de toename van het aantal vliegbewegingen ter voorkomen. Daarvoor is een nadere uitwerking van de maatregelen inclusief het verwachte implementatietraject nodig. Aan de groei van het aantal vliegbeweging tot 540.000 op Schiphol is de voorwaarde gesteld dat dit niet mag leiden tot meer hinder voor mensen. Op vergelijkbare wijze kan aan de toename van het aantal vliegbewegingen de voorwaarde worden gesteld dat dit alleen is toegestaan als er geen sprake is van een onacceptabele verhoging van geluidsbelasting van Natura 2000-gebieden, noch van een verhoging van stikstofemissie, leidend tot een verhoging van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Dat laatste is in lijn met de voorwaarde dat ‘groei van luchtvaart alleen mogelijk is als de stikstofemissie van de luchtvaartsector daalt’, zoals geformuleerd in het Advies Luchtvaartsector (Adviescollege Stikstofproblematiek, 2020). Het Adviescollege geeft hierbij aan dat gebruik kan worden gemaakt van juridische mogelijkheden zoals interne en externe saldering. Daarmee kan de luchtvaart andere sectoren helpen met vermindering van NO x -emissies, waardoor de emissies per saldo dalen.

Conclusie

Conclusie is dat significante effecten van het beleid zijn uit te sluiten op voorwaarde dat de maatregelen die moeten leiden tot vermindering van de geluidsbelasting van en stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aantoonbaar effectief zijn. Onder deze voorwaarde zijn de beleidsuitspraken uitvoerbaar. In vervolgbesluiten op de Ontwerp Luchtvaartnota, zoals luchtvaartbesluiten en aanleg van infrastructuur, moeten de mogelijke natuureffecten van voorgenomen activiteiten in een Voortoets en/of Passende Beoordeling worden getoetst aan de geboden en verboden in de Wet natuurbescherming.