Waarom een milieueffectrapport?

Bij de besluitvorming over plannen die uiteindelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, dient het milieubelang volwaardig te worden meegewogen. Voor deze plannen moet de zogenaamde planmer-procedure worden doorlopen en dient een PlanMER te worden opgesteld: een milieueffectrapport voor plannen van de overheid. Ook voor de Luchtvaartnota is een planmer-procedure doorlopen en is voorliggend milieueffectrapportage opgesteld. Het PlanMER voor de Luchtvaartnota heeft als doel om informatie te bieden over de milieueffecten en de economische effecten van het nieuwe beleid. Deze inzichten helpen om het milieu- en economische belang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming over de Luchtvaartnota. Daarnaast wordt het PlanMER gebruikt als communicatiemiddel om eenieder te informeren over de gevolgen van de Luchtvaartnota. In de deze paragraaf zijn de scope en de plan m.e.r.-plicht nader toegelicht. De bijbehorende plan m.e.r.-procedure komt in de volgende paragraaf aan bod.

Scope van dit PlanMER

Hoewel de Luchtvaartnota is gericht op het gehele Koninkrijk der Nederlanden, inclusief de Nederlandse gemeenten in het Caribische gebied, is het PlanMER alleen gericht op het Nederlands grondgebied. Verder is het PlanMER gericht op de (vliegtuigbewegingen van de) nationale luchthavens voor zowel civiel en luchtvrachtverkeer. Kleinere nationale luchthavens die met name in gebruik zijn voor General Aviation[1], oftewel klein luchtvaart, worden indien relevant in beschrijvende zin meegenomen. De militaire luchtvaart is in het PlanMER van de Luchtvaartnota niet beschouwd, maar zal onderdeel zijn van het PlanMER van de Luchtruimherziening [2]

In het PlanMER is uitgegaan van een onveranderde situatie in het buitenland: er is gekeken naar de impact van maatregelen genomen in Nederland, maar niet naar de mogelijke impact van ontwikkelingen buiten Nederland zoals groei of krimp op buitenlandse luchthavens, of klimaatmaatregelen in de ons omliggende landen. Op dit terrein is voor 2030 en 2050 immers sprake van een grote mate van onzekerheid in de ontwikkeling, zowel aan de marktkant als aan de kant van klimaatmaatregelen op Europees en Mondiaal niveau. Vanwege het internationale karakter van luchtvaart evenals de Nederlandse economie als geheel, wordt de Nederlandse uitgangspositie echter steeds mede bepaald in onderlinge wisselwerking en concurrentie met luchthavens en landen om ons heen. Dit is daarom een relevante kanttekening (en beperking) bij de uitkomsten van het PlanMER.

Overslaan: Interactieve visual

Externe plugin van derde partij voldoet mogelijk niet aan de toegankelijkheids richtlijnen.

Interactieve visual

Figuur 1.0 Luchthavens in Nederland

Het PlanMER zal aansluiten op de lange termijn waarop de Luchtvaartnota betrekking heeft (2020 - 2050) en op de vele belangen die spelen rond de toekomst van de luchtvaart in Nederland. Daarom wordt in dit PlanMER niet alleen gekeken naar traditionele milieueffecten, maar worden effecten bezien in breder duurzaamheidsperspectief (‘people, planet, profit’).

Overslaan: Interactieve visual

Externe plugin van derde partij voldoet mogelijk niet aan de toegankelijkheids richtlijnen.

Interactieve visual

Figuur 1.1 Rad van de Leefomgeving met ‘people, planet, profit’ als kern

Plan m.e.r.-plicht

Voor de juridische inbedding van de Luchtvaartnota wordt gebruik gemaakt van een instrument uit de Omgevingswet: het onverplichte programma (afdeling 3.2.3).

In het systeem van de Omgevingswet vindt beleidsuitwerking van (onderdelen) van de NOVI, waaronder luchtvaart, mede plaats in (onverplichte) programma’s. Op grond van overgangsrecht in de Invoeringswet omgevingswet wordt een (onverplicht) programma dat is vastgesteld vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dat voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt, bij inwerkingtreding van de Omgevingswet met een programma als bedoeld in die wet gelijkgesteld.

De Omgevingswet vereist dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan een milieueffectrapport (MER) maakt als dat plan het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid. Dat is het geval bij de Luchtvaartnota. Omdat voor de Luchtvaartnota ook een passende beoordeling is gemaakt, is ook om die reden een PlanMER verplicht.

Het consortium van RHDHV, NLR en BCI heeft de PlanMER opgesteld en de hoekpunten (zogenaamde alternatieven) onafhankelijk getoetst. Het ministerie heeft de hoekpunten en de Voorkeursstrategie bepaald als initiatiefnemer, en heeft het MER goedgekeurd als bevoegd gezag.

  • 1 Onder de noemer General Aviation valt een grote diversiteit aan luchtvaartproducten en -diensten zoals: zakelijke vluchten, opleiding en training, recreatieve vluchten en sportbeoefening (BCI, 2015)
  • 2 Eindhoven betreft een militaire luchthaven met civiel medegebruik.